Paul Cliteur: 'Multiculturele samenleving vraagt om
a-culturele, a-religieuze staat'

Persbericht Universiteit Leiden
28 mei 2004

'Argumenten voor bestaan bijzonder onderwijs uiterst mager'

Prof.dr. P.B. Cliteur, hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden, zal vandaag, 28 mei, zijn oratie uitspreken. Cliteur: 'Juist in een multiculturele samenleving als de onze, een samenleving met grote culturele en religieuze verschillen, moet de staat zo veel mogelijk a-cultureel worden en in ieder geval a-religieus.' Ook betoogt hij dat de argumenten voor het bestaan van het in Nederland zo gekoesterde bijzonder onderwijs met name in een multiculturele samenleving bijzonder mager zijn.

Cliteur demonstreert in zijn oratie hoe zijn vakgebied, de Encyclopedie van de rechtswetenschap, werkt. Dat doet hij aan de hand van kwesties waarover een levendig maatschappelijk debat wordt gevoerd: de multiculturele samenleving, integratie, onderwijs en wetenschap.

Cliteur vindt dat naarmate de tegenstellingen in de samenleving groter worden de staat zelf niet partijdig mag zijn. Hoe multicultureler de samenleving wordt, des te neutraler zou de staat moeten worden. Alleen een zo veel mogelijk neutrale staat is geloofwaardig als scheidsrechter over de conflicten. Een neutrale staat is naar zijn mening geen atheïstische staat. De neutrale staat beschouwt religie ook niet als iets negatiefs. Het betekent alleen maar dat de staat op dit terrein niets te zoeken heeft. De neutrale staat is in het voordeel van alle gezindten, zowel gelovigen als ongelovigen.

De commissie-Stasi
Cliteur sluit zich hiermee aan bij het rapport van de commissie-Stasi. Op 11 december 2003 overhandigde een commissie onder leiding van Bernard Stasi een rapport aan de Franse president Chirac, waarin een visie wordt ontvouwd op de manier waarop de Franse staat zou moeten omgaan met de multiculturele samenleving. De commissie-Stasi draagt argumenten aan voor de neutrale staat, die uiteindelijk in het voordeel zal werken van joden, christenen, moslims, boeddhisten, hindoes en humanisten. In Nederland is de visie van de commissie-Stasi vrijwel unaniem afgewezen.

De multiculturele staat
Cliteur is het echter wél eens met de Franse visie. Hij is voorstander van de neutrale staat, de multiculturele staat wijst hij af. Kenmerkend voor de multiculturele staat is dat niet het individu het belangrijkste referentiepunt vormt, maar de sociale groep. De multiculturalisten streven niet naar een neutrale staat, maar naar een pluriforme staat. Naar hun mening moeten de verschillende politieke en religieuze groeperingen evenredig vertegenwoordigd zijn in het overheidsapparaat. Zo moet het percentage joodse, chistelijke, islamitische etc. overheidsdienaren een zo getrouw mogelijke afspiegeling zijn van het aantal joodse, christelijke en islamitische etc. inwoners van ons land. Maar hoe ideaal is die situatie? Cliteur: 'Een islamitische justitiabele die voor het hekje staat en een rechter met een keppeltje aantreft kan alleen maar denken 'pech gehad'. Hetzelfde geldt voor de joodse justitiable die een vrouwelijke rechter ziet met een hoofddoekje op.'

Bijzonder onderwijs en 'bijzondere' wetenschap
In het Nederlandse openbaar onderwijs domineert tegenwoordig de gedachte van de multiculturalistische staat. Cliteur vindt dat er eigenlijk maar drie rechtvaardigingen bestaan voor bijzonder onderwijs en 'bijzondere' wetenschap, waarvan er twee niet deugen. De eerste is de (volgens Cliteur onjuiste) veronderstelling dat de godsdienst de wetenschap tot inzichten kan brengen waarop de wetenschap langs eigen weg niet zou zijn gekomen. De tweede rechtvaardiging is de (volgens Cliteur eveneens problematische) opvatting dat in het onderwijs waardenoverdracht zou moeten plaatsvinden op basis van religie. Cliteur vindt dat de sociale cohesie in de samenleving alleen maar in stand kan blijven 'wanneer men zich oriënteert op de Republiek, niet wanneer men op staatskosten wordt opgevoed om zich primair te richten op het cultiveren van de eigen etnische en religieuze identiteit.'

De derde rechtvaardiging voor bijzonder onderwijs is dat het kwalitatief goed functioneert. Het laatste is op zichzelf juist. Maar die kwaliteit heeft niets te maken met de band tussen geloof en wetenschap of tussen geloof en moraal. Het is de organisatievorm die kennelijk goed bevalt. Deze organisatievorm kun je ook in het openbaar onderwijs toepassen.

Cliteur: hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap
Het vak 'Encyclopedie van de rechtswetenschap' heeft de pretentie een totaalvisie te geven op alles wat aan de orde is binnen de rechtswetenschap, daarbij gebruik makend van kennis uit andere wetenschappen (vandaar de term 'encyclopedie'). Cliteur is, zo zegt hij zelf, 'de minst gespecialiseerde hoogleraar aan de rechtenfaculteit'. Over kwesties als de multiculturele samenleving, integratie, onderwijs en wetenschap is, aldus Cliteur, weinig onbetwiste wetenschappelijke informatie over te dragen. Wel kun je over deze zaken reflecteren en een gefundeerd oordeel ontwikkelen, zoals hij in zijn oratie ook probeert te doen. Dat oordeel komt o.a. tot stand door ook kennis uit andere wetenschappen te gebruiken.

In 1989 promoveerde Cliteur aan de Universiteit Leiden op het onderwerp Conservatisme en cultuurrecht. Sindsdien is hij als hoofddocent Encyclopedie van de rechtswetenschap verbonden aan deze universiteit, sinds 2002 als hoogleraar. Hij is als fellow verbonden aan het E.M. Meijers Instituut voor rechtswetenschappelijk onderzoek van de Leidse universiteit, waar hij het onderzoeksprogramma Sociale cohesie en multiculturaliteit coördineert. In het voorjaar 2004 verschenen van hem de boeken "Tegen de decadentie" en "God houdt niet van vrijzinnigheid".

De integrale tekst van de oratie is vanaf 16.00 uur te raadplegen op: http://www.metajuridica.leidenuniv.nl/index.php3?m=22&c=148

Noot voor de redactie
De oratie wordt gehouden op 28 mei 2004, klokke 16.00 uur, in het Groot Auditorium van het Academiegebouw van de Universiteit Leiden, Rapenburg 73 te Leiden. Journalisten die de plechtigheid willen bijwonen, kunnen zich aanmelden bij dr. B.T. Hogenelst of drs. H.D. Papma, wetenschapsvoorlichters van de Universiteit Leiden. Het maken van foto- of video-opnamen tijdens de plechtigheid is niet toegestaan. Na afloop van de oratie (vanaf ca. 18.00 uur) is Paul Cliteur beschikbaar om vragen te beantwoorden.

Dr. B.T. Hogenelst // drs. H.D. Papma
Tel. 071 527 33 45 // 32 82
e-mail: wetenschap@ics.leidenuniv.nl