Pijn: van loutering naar straf


Van Dijkhuizen: 'Pijn in de late middeleeuwen is een manier om je Hemelse bankrekening te spekken.'

In de moderne tijd wordt pijn gezien als iets zinloos. Dat is niet altijd zo geweest. In de late middeleeuwen kon pijn een middel zijn om te werken aan je zielenheil. Door zelf pijn te ervaren, had men deel aan het lijden van Christus. De overgang in de visie op pijnbeleving van nuttig naar zinloos wordt vaak gelegd in de negentiende eeuw. Dr. Jan Frans van Dijkhuizen denkt dat de wortels van die overgang veel vroeger liggen: in de reformatie. De komende drie jaar onderzoekt hij met een Veni-subsidie Engelse religieuze poëzie uit de periode 1531-1660 op de perceptie van pijnbeleving.

Anesthesie
'Wij moderne mensen zien pijn vooral als iets dat we moeten zien te vermijden', vertelt Van Dijkhuizen. 'Pijn is alleen maar onprettig. Die

visie is kenmerkend voor de moderne houding en de vraag is: waar komt die visie vandaan?' Deze houding tegenover pijn zou in de negentiende eeuw wortelen, omdat de ontwikkeling in de medische wetenschap, onder andere door middel van de anesthesie, het mogelijk maakte om pijnloosheid als ideaal na te streven. Dan werpt zich de vraag op, of de anesthesie een gevolg is van de omslag meer pijnloos te willen zijn of dat hij juist de veroorzaker ervan is. Van Dijkhuizen: 'Ik denk dat het van beide iets is.'

Reformatie
Het leek Van Dijkhuizen onwaarschijnlijk dat de negentiende eeuw het enige omslagpunt zou zijn. Daarom wilde hij naar eerdere transformaties in het denken over pijn gaan kijken. Hij kwam uit bij de reformatie. 'Dat is toch al mijn periode', zegt Van Dijkhuizen. 'Het was me al eerder opgevallen dat er door de reformatie allerlei transformaties in ons denken zijn opgetreden.' Valt het ook te relateren het anatomisch onderzoek dat juist in die tijd begint? 'De anatomie lijkt enerzijds heel erg revolutionair, anderzijds blijkt dat anatomen het menselijk lichaam wel opensnijden, maar wat ze zien is vaak wat Galenus* schreef dat ze zouden zien. Ik denk dat de ontwikkeling in de anatomie samenhangt met het langzaam ontstaan van een scheiding tussen theologische en medische ideeën over het lichaam.'

Zielenheil
In de reformatie beschouwt men voor het eerst pijn vooral spiritueel als iets zinloos en nutteloos. De laatmiddeleeuwse cultuur kenmerkt zich door een enorme waardering voor pijn. Van Dijkhuizen: 'Pijn is iets dat je actief zelf kunt zoeken en iets dat zinvol is als het je overkomt. Pijn is een manier om deel te hebben aan het lijden van Christus. Daarmee is het ook een manier om je Hemelse bankrekening te spekken. Je draagt bij aan je zielenheil door lichamelijk leed te ondergaan. Dat suggereert een soort minachting voor het lichaam, maar het omgekeerde is waar, want het lichaam is juist een spiritueel instrument.'

Martelaren
De reformatie gaat radicaal tegen deze visie in. De mens kan geen deel hebben aan het lijden van Christus, want hij is zondig. Van Dijkhuizen: 'Het is volgens de vroege protestanten juist arrogant om te denken dat je via je lichaam iets aan je zielenheil kunt bijdragen. Pijn is eigenlijk niet relevant, het kan je hooguit op je eigen zondigheid wijzen. Zo krijgt pijn van een louterende een straffende betekenis. Toch is er sprake van ambivalentie, want tegelijkertijd ontstaat er als gevolg van de reformatie in Engeland een grote martelaarscultus. In 1563 verschijnt John Foxe's Book of Martyrs, een verzameling verslagen van gruwelijke protestantse martelaarsdoden, na de Bijbel het belangrijkste boek in Engeland in deze periode. De vraag is hoe die martelaars in de tekst worden gepresenteerd en hoe hun pijn wordt ervaren. Is dat een deel hebben aan het lijden van Christus? Dat zou heel interessant zijn, want dat kan eigenlijk niet. Of wordt het iets heroïsch, iets dat je ondergaat zonder een spier te vertrekken?'


De dood van Tyndale in 'Book of Martyrs' van John Foxe (editie van 1583)

Poëzie
In de religieuze Engelstalige poëzie van die tijd gaat het erg vaak over pijn, heeft Van Dijkhuizen ontdekt. Zijn onderzoek is sterk interdisciplinair, maar heeft als thuisbasis de literatuur. Dat is de meerwaarde die hij als literatuurhistoricus te bieden heeft.
De transformaties in de beleving van pijn houden de dichters erg bezig. In poëzie kan de transformatie in al zijn ambivalenties worden doordacht en belicht. 'In poëzie ben je niet zozeer gebonden aan het innemen van een standpunt', zegt Van Dijkhuizen. 'Je kunt steeds van masker wisselen. Literaire bronnen zijn extra nuttig bij het onderzoek naar culturele transformatieprocessen. Literaire teksten zijn goed in het verlenen van een stem aan perspectieven die elkaar eigenlijk uitsluiten. In niet-literaire, zoals beargumenterende theologische, teksten is dat een stuk lastiger.'

Impasse
De pijnbeleving in gedichten neemt allerlei vormen aan. Van Dijkhuizen: 'De dichter John Donne onderzoekt de tegenstelling tussen loutering en straf. Hij komt daarbij in een impasse. Hij heeft een calvinistische houding, maar heeft daar ook onvrede mee, en ervaart een soort nostalgie naar eerdere ideeën over pijn. Tegelijk beseft hij ook dat dat eigenlijk niet meer mag. Dat beleeft hij in alle heftigheid. Toch was Donne nogal werelds. Hij had een goede positie als Deken van de St. Paulskathedraal, maar hij heeft ook sterk erotische poëzie geschreven. Een heleboel andere dichters proberen de twee modellen met elkaar in overeenstemming te brengen. Om te kunnen begrijpen waar de poëzie zich mee bezighoudt, moet je het theologisch en medisch denken over pijn van de periode goed kennen.'

 Holy Sonnet 11

Spit in my face, you Jews, and pierce my side,
Buffet, and scoff, scourge, and crucify me,
For I have sinned, and sinned, and only He,
Who could do no iniquity, hath died.
But by my death can not be satisfied
My sins, which pass the Jews' impiety.
They killed once an inglorious man, but I
Crucify him daily, being now glorified.
O let me then His strange love still admire;
Kings pardon, but He bore our punishment;
And Jacob came clothed in vile harsh attire,
But to supplant, and with gainful intent;
God clothed Himself in vile man's flesh, that so
He might be weak enough to suffer woe.

John Donne (1572-1631)

Religieuze wortels
Van Dijkhuizen denkt, met een slag om de arm, dat het om twintig tot dertig dichters zal gaan. Het zijn zowel mannen als vrouwen en ze werken met uiteenlopende dichtvormen. 'Het sonnet is interessant', zegt Van Dijkhuizen. 'Het is erg leuk om allerlei conventies en elementen uit het liefdessonnet te zien opduiken in religieuze poëzie.' Gaat het dan ook over pijn? 'Dat speelt in het liefdessonnet ook een rol: de liefde als een pijnlijke ervaring.
Ik vind het erg aardig dat de houding tegenover pijn als iets zinloos, die wij heel modern vinden, zijn wortels heeft in religieuze culturele omslagen.  We houden ervan om onszelf als moderne seculiere mensen te zien, maar ik vind het wel leuk dat dat minder sterk is dan we denken.'

* Claudius Galenus (131 tot 201 na Chr.), Grieks-Romeinse arts. Zijn visie domineerde bijna 1500 jaar de geneeskunde.

7 februari 2006/SH